Oefen eerst met klanken en dan met letters

Klanken

Vanaf onze geboorte zijn wij in staat om de taal van de mensen die met ons spreken, te ontvangen en te leren begrijpen.  Vanaf de leeftijd van 6 maanden kunnen wij de klanken uit onze taal gaan imiteren.  We kijken naar de mond van degene die met ons spreekt en imiteren de mondbewegingen en luisteren naar de geluiden die de ander en  wij zelf maken.

We maken bewegingen met onze lippen, kaken, tong en stembanden en laten de eerste klanken horen als : b in babababab en m in mamam en de p in papapapapapa  Rond het eerste levensjaar spreken wij de eerste woordjes als mama, papa, boem, poes etc.

Het kunnen ontvangen en opslaan van de klanken in de hersenen is essentieel om de spraak-taalontwikkeling en later ook de leesontwikkeling tot stand te laten komen.

Woorden

Kinderen imiteren de klanken en de woorden uit de taal die met hen gesproken wordt.  Gedurende de eerste levensjaren gebeurt dit imiteren onbewust.

Losse klanken worden samengevoegd tot woorden en ook woorden met meerdere medeklinkers en lettergrepen worden nagesproken.  Het is voor kinderen heel belangrijk dat de taal in verschillende situaties wordt aangeboden.  Bijvoorbeeld tijdens het voorlezen,  liedjes zingen, vertellen wat je aan het doen bent en waarom en samen praten over wat je ziet enz.

Naar school

In groep 1 wordt van de kinderen van 4 jaar gevraagd om precies te gaan luisteren naar de klanken in woorden.   De kinderen leren dat woorden zijn opgebouwd uit klanken en dat je lange woorden kunt verdelen in stukjes.

In groep 2 oefenen de kinderen met het herkennen en benoemen van  begin- en eindklanken in een woord.  Op veel scholen worden minimaal 16 letters aangeboden en wordt verwacht dat kinderen eind groep 2 deze letters correct kunnen koppelen aan de klanken.

Wat is lezen?

Bij lezen wordt een koppeling gemaakt tussen de letter die je ziet en de klank die je hoort. ( = klank letterkoppeling).  Je ziet een p en je hoort pu,  je ziet een e en je hoort e, je ziet een t en je hoort t.  Vervolgens heb je deze klanken onthouden en kun je ze samenvoegen tot het woord “pet”.

Tips voor het oefenen met klanken en letters

  • Spreek de klanken uit zoals je ze hoort.  Dus de “p” spreek je uit als “pu” en niet als “pee”.
  • Begin met het herkennen van een klank in een woord.   Je spreekt bijvoorbeeld af dat je gaat oefenen met de “m”.   In prentenboeken staan mooi afbeeldingen waar je kunt zoeken naar een woord met de “m”.
  • Vervolgens kun je woorden in stukjes hakken.  Je kijkt naar een afbeelding van een poes en je zegt:  “ik kan dit in stukjes hakken, hoor maar:  p…oe…s”  “poes”   Oefen eerst met woorden eenvoudige woorden zonder medeklinkercombinaties.
  • Als dit lukt, dan kun je ook vragen of je kind een woord in stukjes wil hakken.  Als het niet lukt, doe het dan voor.  Helpen mag altijd….
  • Je kunt verder oefenen met het herkennen van klanken door te luisteren naar de laatste klank van een woord.  Spreek de laatste klank lang en extra duidelijk uit:  “poesssss”  .   “Ik hoorde een sssss , jij ook?”
  • Spreek andere woorden ook zo uit en vraag welke klank je kind hoort aan het eind van het woord.   Je kunt er ook afbeeldingen bij gebruiken.  Dit geeft extra steun.
  • Zodra je kind de eindklanken goed kan herkennen kun je verder gaan met rijmen.  Rijmen is het herkennen van de midden- en eindklank van een woord en daarbij zoek je een nieuw woord met dezelfde midden- en eind klank.   Dit kun je leuk oefenen met een rijmlotto en een voorleesboek dat op rijm is geschreven.
  • Start met de letters als de klanken goed worden herkend en woorden in stukjes kunnen worden verdeeld en losse klanken tot een woord worden gevormd.
  • Kies voor 1 letter en zoek daar woorden bij die beginnen of eindigen met de klank erbij hoort.  Leer je kind direct de letter goed te schrijven.
  • letterkoekjes bakken en letters kleien is ook leuk.
  • Met voelletters leert je kind de vorm van de letter herkennen.

Boekentips

  • Kijk mijn letter ,  van Jacob Dijkstra
  • Het ABC van Tuk , Betty Sluijzer
  • Alle wielen in de file , van Herman van Straaten
  • Wat rijmt er op stoep? , van Herman van Straaten
  • Op reis met opa Brom, van Ron Schroder en Marianne Busser