Wat is het werkgeheugen
In het werkgeheugen slaat een kind informatie op die nodig is bij het uitvoeren van dagelijkse activiteiten, zoals het onthouden van uitleg, het opvolgen van instructies en in het hoofd een lijstje bijhouden met alle taken die uitgevoerd moeten worden.
Het werkgeheugen werkt als een notitieblokje waar je kort informatie op noteert en het werkgeheugen is nodig om de informatie die er kort wordt opgeslagen te verwerken en te gebruiken in denkprocessen.

De opbouw van het werkgeheugen
het fonologische gedeelte:   Dit deel van het werkgeheugen is betrokken bij opslaan en verwerken van gesproken informatie.  Bij dit gedeelte hoort ook de innerlijke stem om zaken vast te houden in het geheugen en om het eigen gedrag te sturen. Een voorbeeld is dat je tijdens een gesprek onthoudt wat de ander heeft gezegd, bedenkt wat je zelf gaat zeggen en onthoudt wat je wilde gaan zeggen.

Het visueel ruimtelijk gedeelte:  Dit deel van het werkgeheugen is betrokken bij het opslaan en verwerken van informatie als kleuren, omtrek en vormen en bijvoorbeeld het gevoel van afstanden tussen getallen. Kinderen die dit deel van het werkgeheugen onvoldoende kunnen gebruiken kunnen een vertraging in de ontwikkeling van het rekenen laten zien.  Een voorbeeld is het maken van een som: je moet de cijfers van de som onthouden, weten of je plus of min moet doen en de som ook nog uitrekenen. En als je boven de tientallen gaat moet je ook nog onthouden hoeveel je er bij op moet tellen.

Het episodische werkgeheugen:  Dit deel van het werkgeheugen is betrokken bij onthouden van de volgorde van gebeurtenissen.  Denk hierbij aan het organiseren van activiteiten in het dagelijks leven. Je moet onthouden  dat je gym hebt vandaag op school en dat je een gymtas mee moet nemen met de gymspullen erin.

Waaraan herken je problemen in het werkgeheugen?
– weinig vorderingen in het leren rekenen en lezen
– een vertraging in de leerontwikkeling
– moeite met het opvolgen van instructies, het kind vergeet een deel van de opdracht
– moeite met het richten van de aandacht, het kind is snel afgeleid
– moeite met het opstarten van een taak
– moeite met het zelfstandig uitvoeren van een taak
– moeite met het uitvoeren van opdrachten die uit meerdere stappen bestaan
– moeite met het herinneren van wat men ging doen
– moeite om op de plaats te blijven zitten in de klas
– toename van bewegingen tijdens het richten en vasthouden van de aandacht

Problemen in het werkgeheugen worden vaak verwisseld met een aandachtsprobleem.  “Het gaat het ene oor in en het andere oor uit” of “Hij luistert niet”.   “Misschien heeft hij wel ADD of ADHD”.

Recente onderzoeken tonen aan dat er een samenhang bestaat tussen een slecht functionerend werkgeheugen en leerprestaties.  Er is geen oorzakelijk verband aangetoond.

Verband tussen een beperkt werkgeheugen en het automatiseren van nieuw geleerde vaardigheden
Informatie die in het werkgeheugen wordt opgeslagen , dus op het notitieblokje wordt genoteerd, wordt pas opgeslagen in het lange termijn geheugen als:

  • informatie lang genoeg in het werkgeheugen is geweest
  • informatie ongestoord in het werkgeheugen is geweest.

Als informatie is opgeslagen in het lange termijn geheugen kan men met deze informatie dubbeltaken gaan uitvoeren.  Je kunt dan een deel van de taak als vanzelf uitvoeren en het andere deel met extra aandacht uitvoeren.  Als informatie is geautomatiseerd kost het uitvoeren van een taak minder moeite.

Verband tussen een beperkt werkgeheugen en een vertraging in de leerontwikkeling en faalangst
Kinderen met een beperkt werkgeheugen raken overbelast. Belangrijke informatie die nodig is om een taak af te ronden,  gaat verloren.  Bijvoorbeeld het verder schrijven van een zin die het kind in gedachten heeft of het uitvoeren van samengestelde opdrachten. Hierdoor wordt het voor een kind moeilijker om een opdracht succesvol af te ronden.  Het kind gaat raden, afkijken of stopt met de opdracht.  Hoe vaker deze situaties zich voordoen, hoe meer het leren vertraagd zal worden. Deze situaties kunnen een negatief effect hebben op het zelfvertrouwen, kunnen faalangst en een negatief zelfbeeld tot gevolg hebben.

Problemen met het richten van de aandacht

Een werkgeheugenprobleem wordt vaak verwisseld met een aandachtsprobleem.  Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen twee soorten aandachtssystemen.

Gecontroleerde aandachtHet kind moet zelf bewust zijn aandacht richten op een taak, ook al gaat er van de taak zelf geen prikkelende of stimulerende werking uit.

Stimulus gerichte aandachtHet kind heeft prikkels van buitenaf nodig om zijn  aandacht te kunnen richten op een taak. B.v. gamen.

Kinderen zonder een werkgeheugen probleem kunnen een taak uitvoeren met gerichte aandacht zonder te bewegen. Kinderen met een werkgeheugenprobleem gaan bewegen tijdens het uitvoeren van een opdracht en activeren daarmee het systeem van de stimulus gerichte aandacht.  Zij hebben een prikkel nodig om hun aandacht te richten en een activiteit uit te kunnen voeren.  In deze tijd krijgen de kinderen de hele dag door veel visuele en auditieve prikkels aangeboden waardoor het systeem van stimulus gerichte aandacht veel wordt geprikkeld.